Gekozen artikelen: Blind geloof. Geluidswandeling, NRC handelsblad. 12 oktober.
“He, de kleur verplaatst zich” interview met Peter Struyken, NRC handelsblad. 19 oktober.
“Kunstenaar laat zich derde oor aannaaien” artikel op ww.hln.be, 25 oktober.
Voor deze opdracht heb ik drie artikelen gekozen. Alle drie gaan over uiteenlopende soorten van beeldende kunst. Actuele beeldende kunst in haar breedste vorm. Breder dan ik haar tot nu toe ooit gekend heb. Struyken die geen waarde hecht aan vorm en daar tegenover een geluidswandeling die aan een vergeten heilige leven in blaast.
Als ik de breedte van kunst had moeten uitbeelden had ik voorheen misschien mijn duim en middelvinger zo ver mogelijk uit elkaar gehouden; “Zo breed” nu strek ik mijn armen uit naar links en rechts. En vraag me af; “of zou er nóg meer zijn?”
“He de kleur verplaatst zich”:
Dus die golvende blauwwitte straatstenen zijn een parkeerplaats. En het is kunst? Al eerder had ik gelezen in de volkskrant dat ook de postzegel die we in Nederland gebruiken door hem is ontworpen. Hij komt ineens heel dichtbij, zijn kunst is in de buurt. Ik ben dus al redelijk gefascineerd als ik opnieuw een artikel over hem aantref in het NRC handelsblad.
Ik had mij al verbaast over een recensie van Struyken in de Volkskrant, mijn vooroordeel is dat een kunstenaar iets wil vertellen. In “hé, de kleur verplaatst zich” lees je hoe anders hij omgaat met kunst. Hoe hij afstand bewaard en probeert iets nieuws te maken zonder dat hij zelf zo overtuigd is van zijn kunnen. “Dat hij bijvoorbeeld geen muzieknoten kan lezen., ondanks dat hij een groot aantal schitterende kleurcomposities heeft gemaakt” en “Hij zegt dat hij moeite heeft met de computer omdat hij geen enkel mathematisch inzicht heeft- al goochelt hij wel voortdurend met algoritmes en sinussen. Hij noemt zichzelf een alfa, of nee, beter nog, óók geen alfa”. Want hij kan geen woordjes onthouden” (r. 26 t/m 39)
Deze man lijkt me een aparte man. De manier waarop hij beschrijft naar de wereld te kijken en zijn beschrijvingen van gebeurtenissen uit zijn leven vind ik bijna onmenselijk.
Peter Struyken beschrijf dat hij liever niet kijkt naar wat hij ziet, maar naar wat er gebeurd. Hij zegt; “Het onderwerp interesseert me helemaal niet- nooit gedaan ook. Vorm is niet interessant. Ik ben niet gek natuurlijk. Ik zie heus wel iemand op straat lopen. Maar ik vind het prettig om te denken: hé, de kleur verplaatst zich.” Vreemde gewaarwording; zo’n gedachtegang. Zelf zit ik constant te dagdromen en hersenkraken om het meest geniale idee te vinden voor een nieuw werk. Hij nummert zijn werken. Ik sta versteld.
Blind geloof:
Geluidskunstenares Cillia Erens maakte een geblinddoekte wandelroute. Toeschouwers worden aan de arm genomen terwijl ze geluiden uit de tijd van Oda horen. Oda -een heilige die genas van haar blindheid- voelde dat haar blindheid een geschenk van God was, zo doet het verhaal. Toen ze weer kon zien hoefde ze geen man meer, ze ging haar leven aan de Schepper wijden.
Hoewel de bewoners van St. Oedenrode het misschien niet eens allemaal weten, zou ze daar hebben gewoond. “Oede” komt van Oda zo zegt men. Het kunstwerk “terug naar Oda, een kunstrelict 2007-680” is een soort modern relikwie. De toeschouwer hoort de zee ruizen, een klaterende beek en het blaffen van de hond. Ze waant zich even in de tijd van Oda. En wanneer de wandeling afgelopen is het contrast. Ik kan me inbeelden hoe dat voelt; als de stilte bij de ondertiteling na een film.
Van het neutrale, horende moment naar het volgende moment. Je stapt uit de wereld die je daarvoor met zich meenam. Alsof de ontreddering die Oda gevoeld moet hebben toen ze ineens zag ook nu weer kan plaatsvinden.
Toeschouwers zien de plaats waar Oda gewoond zou hebben, alle kleuren, lijnen voorwerpen.
Terug op aarde, 2007.
Cillia brengt dingen die ver van je afstaan dichterbij. In tegenstelling tot Struyken, die zelf grote afstanden bewaard tussen hem en zijn kunstwerken.
Kunstenaar laat zich derde oor aannaaien:
Een klein artikeltje in een gratis dagblad wekt mijn aandacht. Een Australische kunstenaar heeft zichzelf een derde oor laten aannaaien. Onder de naam Stelios Arcadiou vind ik op het internet een ietwat uitgebreider artikel. Alle artikelen die ik vind over dit onderwerp zijn ondergebracht onder het kopje “bizar”, dit stijgt het kunstzinnige inbeeldingsvermogen van de verslaggevers te boven.
In de binnenkant van de beste man zit een oor verzonken. Op de foto keert hij zijn arm zo dat de pers een foto kan maken. Ik zie geen trots in zijn blik; het lijkt alsof hij de geschokte reactie van het publiek afwacht.
Stelios is jaren bezig geweest met het vinden van een chirurg die het oor wou aanhechten. En nu het dan eindelijk zo ver is gekomen wil hij ook dat de toeschouwer mee kan luisteren. Dit wil hij realiseren door er een microfoontje in de implanteren. Walgelijk? De kunstenaar noemt het verheffing van het menselijk lichaam. Ik niet.
Net als bij Struyken krijg ik niet het gevoel dat Arcadiou probeert een verhaal te vertellen, toch lijkt hij zichzelf zeer serieus te nemen; aangezien hij spreekt over “verheffing van het menselijk lichaam” en als klap op de vuurpijl. Misschien dat we binnenkort – naast de wereld van Oda- ook met gesloten ogen kunnen luisteren naar de onderarm van Stelios.
dinsdag 30 oktober 2007
Museumbezoek centraal museum
Inleiding
Voor de eerste periode van theorie der kunsten zijn we bezig met de actuele kunst. En hoewel we allemaal gekozen hebben voor een opleiding docent beeldende kunst zijn we helemaal niet zo goed op de hoogte van wat er nú allemaal speelt en leeft op het gebied van actuele kunst. Hoog tijd dus om eens zelf te gaan kijken bij een tentoonstelling dus. Dit werkstuk bevat alle bevindingen die ik heb gedaan bij mijn bezoek aan het centraal museum te Utrecht, en dat wat ik er verder over heb kunnen vinden. Ik heb geprobeerd een helder en leesbaar werkstuk te maken wat alle bevindingen samenvat. Om er achter te komen of u dat ook zo ervaart is er maar één manier… Veel leesplezier!
1. Mijn motivatie: Waarom het centraal museum?
Ik ga naar het centraal museum in Utrecht. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het moeilijk vond om te kiezen uit de aangeboden musea, ik ken geen één van deze musea. Dus er zijn geen musea afgevallen om die reden. Ik ben begonnen met het bekijken van alle websites van de verschillende musea, op mijn blog kan je alle links vinden naar de verschillende mogelijkheden. Op iedere website staat ook aangegeven wat er te doen is. Op sommige sites werd er echter bijna geen achtergrond informatie gegeven over de tentoonstellingen. Verder heb ik mijn oren goed open gehouden; ik heb immers een heleboel klasgenoten die er al wat meer vanaf weten. Aan hen heb ik gevraagd welke van de gebouwen het meeste aansprak en bijvoorbeeld wat ze vonden van het aanbod. Waarom Hans Op de Beeck?In het kader van horizon verbreden heb ik gekozen voor Hans op de Beeck. Wanneer ik aan kunst denk, en aan musea, dan zie ik schilderijen voor me. Hans op de Beeck is “anders”, daar waar ik informatie over hem vond werd gesproken van multimediaal, geluiden, lichteffecten, realisme… Ik word er nieuwsgierig van.Verder blijkt dat deze man al meerdere prijzen heeft gewonnen; kortom:Daar ga ik naartoe.
2. Mijn voorbereiding
Ik heb niet zomaar mijn boeltje in mijn rugtas gestopt, op mijn rug geslingerd en ben niet zomaar vertrokken. Eerst ben ik me nog wat meer gaan verdiepen in Hans Op de Beeck. Wie is die man? Wat kan ik verwachten? En hoe “lees” ik zijn werk straks als ik daar daadwerkelijk ben? Ten eerste heb ik natuurlijk de beschrijving op de site van het museum gelezen, toen kwam ik zijn naam tegen. Hans Op de Beeck heeft een website, namelijk http://www.hansopdebeeck.com/ meteen de intro geeft al een sfeer aan. Je ziet twee mensen in een wegrestaurant zitten. En als je íets weet van deze kunstenaar dan weet je dat het geen ècht wegrestaurant is. Het staat in een museum. Verder vind je ook interviews op deze site, ik heb er één toegevoegd als bijlage bij deze opdracht. Het zijn vragen over zijn kunstwerken en zijn bedoelingen erbij, maar ook over bijvoorbeeld inspiratiebronnen. Heel erg interessant om te lezen, en ik denk ook zeker dat het iets gaat toevoegen aan de beleving bij de tentoonstelling zelf. Om nog even op sfeer terug te komen; op de website van Hans Op de Beeck vind je ook video’s en foto’s van zijn werk. Vooral de video’s waar geluid bij zit maken duidelijk wat er in het interview word bedoeld met “vervreemdende effecten”. Ook heb ik een artikel uit de volkskrant bijgevoegd. Dit artikel is geschreven naar aanleiding van de tentoonstelling die op dit moment in utrecht plaatsvindt. Veel lovende woorden, maar ook kritiek. “Niet alles was Op de Beeck aanraakt, verandert in goud”
Voor de eerste periode van theorie der kunsten zijn we bezig met de actuele kunst. En hoewel we allemaal gekozen hebben voor een opleiding docent beeldende kunst zijn we helemaal niet zo goed op de hoogte van wat er nú allemaal speelt en leeft op het gebied van actuele kunst. Hoog tijd dus om eens zelf te gaan kijken bij een tentoonstelling dus. Dit werkstuk bevat alle bevindingen die ik heb gedaan bij mijn bezoek aan het centraal museum te Utrecht, en dat wat ik er verder over heb kunnen vinden. Ik heb geprobeerd een helder en leesbaar werkstuk te maken wat alle bevindingen samenvat. Om er achter te komen of u dat ook zo ervaart is er maar één manier… Veel leesplezier!
1. Mijn motivatie: Waarom het centraal museum?
Ik ga naar het centraal museum in Utrecht. Ik moet eerlijk bekennen dat ik het moeilijk vond om te kiezen uit de aangeboden musea, ik ken geen één van deze musea. Dus er zijn geen musea afgevallen om die reden. Ik ben begonnen met het bekijken van alle websites van de verschillende musea, op mijn blog kan je alle links vinden naar de verschillende mogelijkheden. Op iedere website staat ook aangegeven wat er te doen is. Op sommige sites werd er echter bijna geen achtergrond informatie gegeven over de tentoonstellingen. Verder heb ik mijn oren goed open gehouden; ik heb immers een heleboel klasgenoten die er al wat meer vanaf weten. Aan hen heb ik gevraagd welke van de gebouwen het meeste aansprak en bijvoorbeeld wat ze vonden van het aanbod. Waarom Hans Op de Beeck?In het kader van horizon verbreden heb ik gekozen voor Hans op de Beeck. Wanneer ik aan kunst denk, en aan musea, dan zie ik schilderijen voor me. Hans op de Beeck is “anders”, daar waar ik informatie over hem vond werd gesproken van multimediaal, geluiden, lichteffecten, realisme… Ik word er nieuwsgierig van.Verder blijkt dat deze man al meerdere prijzen heeft gewonnen; kortom:Daar ga ik naartoe.
2. Mijn voorbereiding
Ik heb niet zomaar mijn boeltje in mijn rugtas gestopt, op mijn rug geslingerd en ben niet zomaar vertrokken. Eerst ben ik me nog wat meer gaan verdiepen in Hans Op de Beeck. Wie is die man? Wat kan ik verwachten? En hoe “lees” ik zijn werk straks als ik daar daadwerkelijk ben? Ten eerste heb ik natuurlijk de beschrijving op de site van het museum gelezen, toen kwam ik zijn naam tegen. Hans Op de Beeck heeft een website, namelijk http://www.hansopdebeeck.com/ meteen de intro geeft al een sfeer aan. Je ziet twee mensen in een wegrestaurant zitten. En als je íets weet van deze kunstenaar dan weet je dat het geen ècht wegrestaurant is. Het staat in een museum. Verder vind je ook interviews op deze site, ik heb er één toegevoegd als bijlage bij deze opdracht. Het zijn vragen over zijn kunstwerken en zijn bedoelingen erbij, maar ook over bijvoorbeeld inspiratiebronnen. Heel erg interessant om te lezen, en ik denk ook zeker dat het iets gaat toevoegen aan de beleving bij de tentoonstelling zelf. Om nog even op sfeer terug te komen; op de website van Hans Op de Beeck vind je ook video’s en foto’s van zijn werk. Vooral de video’s waar geluid bij zit maken duidelijk wat er in het interview word bedoeld met “vervreemdende effecten”. Ook heb ik een artikel uit de volkskrant bijgevoegd. Dit artikel is geschreven naar aanleiding van de tentoonstelling die op dit moment in utrecht plaatsvindt. Veel lovende woorden, maar ook kritiek. “Niet alles was Op de Beeck aanraakt, verandert in goud”
3. Het bezoek
Met lijn 2, de museumbus rijden we naar het centraal museum. We weten niet precies wanneer we uit moeten stappen en turen uit de ruiten naar een teken van het gebouw. Plotseling geeft één van de gele halteborden aan dat we er zijn, we snellen uit de bus.
Stiekem heb ik vooroordelen wat betreft musea met moderne kunst. Ik verwacht reusachtige glazen wanden en witte gladde muren van een ultramodern gebouw. Het tegendeel is waar; althans als je de entree niet meerekent, oude bakstenen muren. En een gebouw dat me doet denken aan een kerk. Gelukkig is er die entree die mijn moderne verwachtingen enigszins tegemoet komt, die is wel van glas; mèt automatische schuifdeuren.
Eenmaal binnen zie ik dat er een andere sfeer heerst dan buiten, alle muren zijn strak wit. Wel vind je her en der authentieke elementen zoals een wenteltrap en gewelven in de kelders. Verder gaven de glas-in-lood ramen sfeer aan de verder zo kale ruimtes.
Ik laat mij door een van de medewerkers vertellen dat het oudste deel van het gebouw al zo’n vijfhonderd jaar oud is er voorheen een klooster was. Door de jaren heen zijn verschillende gebouwen uit verschillende tijden aan elkaar gekoppeld tot één geheel. Al gauw blijkt dat dit niet altijd een voordeel is. Hoewel er overal duidelijke richtingsaanwijzers hingen kwam het nogal eens voor dat het doodliep. Als een keer blijkt dat we helemaal aan de verkeerde kant van het gebouw zitten besluiten we dan ook om een stukje af te snijden via de tuin. Niet echt praktisch.De afdelingen die wij hebben bezocht waren over het algemeen vrij sereen. Rechte, witte ruimtes met daarin de tentoon te stellen werken. Alleen bij de tentoonstelling van Hans op de Beeck is het anders, daar zijn de wanden erg donker. Grijs of zwart, en het is ook nog eens verduistert. Hier is de sfeer dus wel éénduidig gemaakt met wat de kunstenaar wil overbrengen. In het centraal museum is er een bibliotheek. Hierin staat een redelijk grote verscheidenheid aan kunstboeken die je kan inzien op die plaats. En word goed voor de bezoeker gezorgd; je kan er een bekertje water pakken en er is een ruime, lichte ruimte waar je kan gaan zitten. Ook kan je voor een bescheiden bijdrage een fotokopie laten maken uit de boeken die het museum beheert. In de bibliotheek staat ook een pc met internet, zo kan je ook nogeens op de website kijken van het utrechtse museum, of andere achtergrond informatie opzoeken.
Er is een informatiecentrum, hier ga ik vragen wat ze allemaal aanbieden op educatief gebied. Een beetje trots verteld een dame mij dat er voor elke leeftijdsgroep iets word aangeboden. Voor de allerkleinsten zul je naar het dick bruna huis aan de andere kant van de weg moeten, maar verder is er vanalles geregeld binnen het centraal museum. Kinderen van 6 t/m 12 jaar maken in de audiotour Herrie en Gefluister kennis met de bewoners van het museum of doen met hun groep mee aan een schoolprogramma. Voor jongeren van de middelbare school zijn er kijkwijzers beschikbaar die ze kunnen volgen. Er zijn rondleidingen, zowel voor kinderen als voor volwassenen. En ook workshops, variërend van knutseluurtjes voor kinderen als schilderworkshops voor volwassenen. Op het moment is er een tentoonstelling gaande “de penselen” deze tentoonstelling bevat ook allerlei dingen voor de kinderen om te doen en te bekijken. Dus op het moment is er nog meer te doen dan normaal gesproken. Zo is er een illustratieworkshop voor de kids, en er is een culturele zondag waarop alle utrechtse musea gratis toegang bieden aan kinderen die dan komen kijken. Deze zondag heet ‘de vuurdoop’ en biedt nóg meer mogelijkheden. Er is theater, er zijn rondleidingen voor kinderen speciaal door de tentoonstelling ‘penselen’. Voor scholen organiseert het centraal museum rondleidingen met een voorbereidend lesprogramma. Genoeg te doen dus! Dat wat ik kon meekrijgen bij de informatiebalie zit als bijlage achterin dit verslag. Niet veel maar het kijken waard. De dame achter de balie was kennelijk niet alleen trots, maar ook erg zuinig op haar mogelijkheden.
Wanneer ik later in de gangen van het museum verder struin, kom ik een klas jongelui tegen, ik spiek toch even op de kijkwijzer die ze uitgedeeld hebben gekregen. De jeugd hangt baldadig over de reling van een authentieke trap, ze vinden er niks aan. Misschien dat het toch een gevalletje creativiteit vanuit de leraar moet worden…?Len en ik hebben het onder het bezoek over wat nou kunst is. We missen de verhalen van de kunstenaars erg; Wat was nou de bedoeling van het werk? Wat verbeeldt het? Bij sommige tentoonstellingen geeft de tekst aan de muur voldoende achtergrond informatie, maar we kunnen ons indenken dat het moeilijk is om leerlingen mee te sleuren in jouw enthousiasme als er bij sommige werken niets valt uit te leggen.
4. Het werk uit de tentoonstelling
Met lijn 2, de museumbus rijden we naar het centraal museum. We weten niet precies wanneer we uit moeten stappen en turen uit de ruiten naar een teken van het gebouw. Plotseling geeft één van de gele halteborden aan dat we er zijn, we snellen uit de bus.
Stiekem heb ik vooroordelen wat betreft musea met moderne kunst. Ik verwacht reusachtige glazen wanden en witte gladde muren van een ultramodern gebouw. Het tegendeel is waar; althans als je de entree niet meerekent, oude bakstenen muren. En een gebouw dat me doet denken aan een kerk. Gelukkig is er die entree die mijn moderne verwachtingen enigszins tegemoet komt, die is wel van glas; mèt automatische schuifdeuren.
Eenmaal binnen zie ik dat er een andere sfeer heerst dan buiten, alle muren zijn strak wit. Wel vind je her en der authentieke elementen zoals een wenteltrap en gewelven in de kelders. Verder gaven de glas-in-lood ramen sfeer aan de verder zo kale ruimtes.
Ik laat mij door een van de medewerkers vertellen dat het oudste deel van het gebouw al zo’n vijfhonderd jaar oud is er voorheen een klooster was. Door de jaren heen zijn verschillende gebouwen uit verschillende tijden aan elkaar gekoppeld tot één geheel. Al gauw blijkt dat dit niet altijd een voordeel is. Hoewel er overal duidelijke richtingsaanwijzers hingen kwam het nogal eens voor dat het doodliep. Als een keer blijkt dat we helemaal aan de verkeerde kant van het gebouw zitten besluiten we dan ook om een stukje af te snijden via de tuin. Niet echt praktisch.De afdelingen die wij hebben bezocht waren over het algemeen vrij sereen. Rechte, witte ruimtes met daarin de tentoon te stellen werken. Alleen bij de tentoonstelling van Hans op de Beeck is het anders, daar zijn de wanden erg donker. Grijs of zwart, en het is ook nog eens verduistert. Hier is de sfeer dus wel éénduidig gemaakt met wat de kunstenaar wil overbrengen. In het centraal museum is er een bibliotheek. Hierin staat een redelijk grote verscheidenheid aan kunstboeken die je kan inzien op die plaats. En word goed voor de bezoeker gezorgd; je kan er een bekertje water pakken en er is een ruime, lichte ruimte waar je kan gaan zitten. Ook kan je voor een bescheiden bijdrage een fotokopie laten maken uit de boeken die het museum beheert. In de bibliotheek staat ook een pc met internet, zo kan je ook nogeens op de website kijken van het utrechtse museum, of andere achtergrond informatie opzoeken.
Er is een informatiecentrum, hier ga ik vragen wat ze allemaal aanbieden op educatief gebied. Een beetje trots verteld een dame mij dat er voor elke leeftijdsgroep iets word aangeboden. Voor de allerkleinsten zul je naar het dick bruna huis aan de andere kant van de weg moeten, maar verder is er vanalles geregeld binnen het centraal museum. Kinderen van 6 t/m 12 jaar maken in de audiotour Herrie en Gefluister kennis met de bewoners van het museum of doen met hun groep mee aan een schoolprogramma. Voor jongeren van de middelbare school zijn er kijkwijzers beschikbaar die ze kunnen volgen. Er zijn rondleidingen, zowel voor kinderen als voor volwassenen. En ook workshops, variërend van knutseluurtjes voor kinderen als schilderworkshops voor volwassenen. Op het moment is er een tentoonstelling gaande “de penselen” deze tentoonstelling bevat ook allerlei dingen voor de kinderen om te doen en te bekijken. Dus op het moment is er nog meer te doen dan normaal gesproken. Zo is er een illustratieworkshop voor de kids, en er is een culturele zondag waarop alle utrechtse musea gratis toegang bieden aan kinderen die dan komen kijken. Deze zondag heet ‘de vuurdoop’ en biedt nóg meer mogelijkheden. Er is theater, er zijn rondleidingen voor kinderen speciaal door de tentoonstelling ‘penselen’. Voor scholen organiseert het centraal museum rondleidingen met een voorbereidend lesprogramma. Genoeg te doen dus! Dat wat ik kon meekrijgen bij de informatiebalie zit als bijlage achterin dit verslag. Niet veel maar het kijken waard. De dame achter de balie was kennelijk niet alleen trots, maar ook erg zuinig op haar mogelijkheden.
Wanneer ik later in de gangen van het museum verder struin, kom ik een klas jongelui tegen, ik spiek toch even op de kijkwijzer die ze uitgedeeld hebben gekregen. De jeugd hangt baldadig over de reling van een authentieke trap, ze vinden er niks aan. Misschien dat het toch een gevalletje creativiteit vanuit de leraar moet worden…?Len en ik hebben het onder het bezoek over wat nou kunst is. We missen de verhalen van de kunstenaars erg; Wat was nou de bedoeling van het werk? Wat verbeeldt het? Bij sommige tentoonstellingen geeft de tekst aan de muur voldoende achtergrond informatie, maar we kunnen ons indenken dat het moeilijk is om leerlingen mee te sleuren in jouw enthousiasme als er bij sommige werken niets valt uit te leggen.
4. Het werk uit de tentoonstelling
We zijn al even binnen de tentoonstelling en hebben net een doofstom filmpje gekeken waarop allerlei beelden werden getoond van een leeg ziekenhuis. De cameraman leidt ons rond door de lege zalen, langs de stille liften en door de kale gangen. Braaf blijven we zitten om te kijken of er iets spannends gaat gebeuren, dat gebeurt niet en op een gegeven ogenblik begint het verhaal gewoon weer opnieuw. Als dat het geval is staan we op en lopen we door naar de volgende ruimte met het volgende werk van Hans op de Beeck.
De duisternis en galmende geluiden komen ons tegemoet. Machteld, Len en ik blijven vertwijfeld in de deurpost staan van de ruimte. Het is best griezelig. Er verschijnt een licht de ruimte verlicht. Op het plafond verschijnt de schaduw van het gevaarte. We zien meters doorschijnende buisjes op de grond uitgespreid liggen, een leeg ziekenhuisbed, en zakjes voor infusen die speels twinkelen in het schaarse licht.Het licht speelt met de installatie, soms komt ze van onze kant en geeft ons een glimp van de installatie, en soms word het van de achterkant beschenen met verschillende lichttonen. De geluiden die we horen variëren van stilte tot het voorbij denderen van een trein. Soms hoor je stemmen of meen je door de ruis voetstappen te herkennen.
Dit is een soort intensive care.Dit is extension (1).

Hans op de Beeck probeert zijn verhaal te vertellen met deze en andere werken. Wat hij uitbeeldt is namelijk; in hoeverre zijn de verlengstukken die we ontwikkelen goed voor ons? En hoe logisch is het eigenlijk dat we dit hebben? Hij stelt ons vragen over voorwerpen en middelen die we gebruiken in ons leven. Is de kwaliteit van ons leven verbeterd door de supermarkt? Of door de computer?
Ook extension (1) is hier weer een uitstekend voorbeeld van, we vinden het tegenwoordig niet meer dan normaal dat mensen naar de intensive care worden gebracht na een ernstig ongeluk of wanneer het lichaam het dreigt te begeven. Maar is het eigenlijk wel zo mooi als het lijkt dat je vocht via een slangetje binnen krijgt? En dat je bloed stroomt dankzij een machine?Extension brengt je bij deze vragen erg aan het twijfelen. Misschien dat het fijn is dat er ergens iets voor je is geregeld op het moment dat je iets overkomt. Maar híer wil ik zeker niet liggen.
Eenmaal thuis ga ik opnieuw specifiek zoeken naar informatie bij extension (1). Ik vind afbeeldingen op de site http://www.hansopdebeeck.com/. Hier zie je ook hoe het eruit ziet bij daglicht. Heel vreemd; Alles is spierwit, en helemaal niet spannend. Zo zie je toch weer hoeveel de sfeer kan toevoegen aan een kunstwerk. Het hele werk van Hans op de Beeck is zelf gemaakt. Er zitten geen ready-mades in.
Dat wil zeggen; het bed dat je ziet staan is geen echt bed maar zelfgemaakt van hout en staal. Dat geld ook voor de infuuszakken enzovoorts. Het ziet er zó goed uit dat je dat niet zou zeggen.
Ook extension (1) is hier weer een uitstekend voorbeeld van, we vinden het tegenwoordig niet meer dan normaal dat mensen naar de intensive care worden gebracht na een ernstig ongeluk of wanneer het lichaam het dreigt te begeven. Maar is het eigenlijk wel zo mooi als het lijkt dat je vocht via een slangetje binnen krijgt? En dat je bloed stroomt dankzij een machine?Extension brengt je bij deze vragen erg aan het twijfelen. Misschien dat het fijn is dat er ergens iets voor je is geregeld op het moment dat je iets overkomt. Maar híer wil ik zeker niet liggen.
Eenmaal thuis ga ik opnieuw specifiek zoeken naar informatie bij extension (1). Ik vind afbeeldingen op de site http://www.hansopdebeeck.com/. Hier zie je ook hoe het eruit ziet bij daglicht. Heel vreemd; Alles is spierwit, en helemaal niet spannend. Zo zie je toch weer hoeveel de sfeer kan toevoegen aan een kunstwerk. Het hele werk van Hans op de Beeck is zelf gemaakt. Er zitten geen ready-mades in.
Dat wil zeggen; het bed dat je ziet staan is geen echt bed maar zelfgemaakt van hout en staal. Dat geld ook voor de infuuszakken enzovoorts. Het ziet er zó goed uit dat je dat niet zou zeggen.
Het geheel blijkt gestileerd als je het ziet in het licht, maar in het museum zelf kon je het niet zo goed zien. op de Beeck omschrijft zijn werk zelf ook en verteld dat het beeld wat hij heeft gecreëerd zowel luxueus en uitnodigend is als koud en steriel. Ik persoonlijk voel weinig van dat uitnodigende aspect.Door de verschillende lichten die architectonische uitstraling hebben probeert hij het beeld steeds een andere uitstraling en sfeer te geven waardoor de kijker steeds op een ander been word gezet. De kunstenaar probeert te balanceren tussen droom en werkelijkheid. Dat wat geprojecteerd bestaat uit verschillende kleuren en rechthoeken die over het werk glijden.
Abonneren op:
Reacties (Atom)

